Wat er precies getoetst wordt
De IEP richt zich vooral op functionele taalvaardigheid. Toch komen taalregels indirect terug, bijvoorbeeld bij het herkennen van zinsdelen, woordsoorten en correcte werkwoordsvormen in context.
Geen klassieke grammaticatoets
De IEP maakt geen grote reeksen losse grammaticaregels, maar toetst of kinderen taal effectief kunnen gebruiken.
Voorbeeld
Een zin aanvullen met de juiste vorm van loopt of loopt, afhankelijk van het onderwerp.