Domeinen
De doorstroomtoets meet vaak kernvaardigheden uit de belangrijkste domeinen:
- Rekenen en wiskunde
- Taal en spelling
- Begrijpend lezen
- Studievaardigheden
Focus
Het verschil met de reguliere toets is dat de doorstroomtoets alleen de essentiële vaardigheden toetst die nodig zijn om succesvol door te stromen.
Voorbeeld
Bij rekenen kan de toets vragen over breuken en procenten bevatten, omdat dit cruciale vaardigheden zijn voor het volgende leerjaar.